22-3367-VLS-Paardenpraktijk-Tandheelkunde

TANDHEELKUNDE

Waarom een paardentandarts?

De “paardentandarts”
Paardentandarts, wat is dat nu eigenlijk? De naam paardentandarts is geen beschermde titel en mag dus door iedereen gebruikt worden. Over het algemeen wordt hier in de volksmond een paardendierenarts of gebitsverzorger mee bedoeld. De “paardentandarts” controleert of er afwijkingen aan het gebit van je paard zijn en behandelt deze afwijkingen om problemen te voorkomen of te verhelpen.

Waarom gebitsverzorging van je paard?
De noodzaak van een gebitscontrole en -behandeling bij je paard vindt zijn oorsprong in de anatomie van het gebit en de huidige manier van huisvesting van de paarden.

Lees meer
  • Tekening-hakenAnatomie: De bovenkaak van een paard is breder dan de onderkaak. Hierdoor liggen de kiezenrijen van beide kaakhelften niet precies tegenover elkaar. De kiezen van de bovenkaak liggen iets dichter bij de wangzijde en de kiezen van de onderkaak iets dichter bij de tongzijde. Bij een paard blijven de kiezen in de mondholte groeien. Door de maalbeweging tijdens het eten van ruwvoer slijten de kiezen gemiddeld 2-3 mm per jaar. Hierdoor blijft de lengte van de kies in balans. Aangezien de kiezenrijen niet perfect tegenover elkaar liggen zien we haakjes ontstaan aan de wangzijde van de bovenkiezen en aan de tongzijde van de onderkiezen.
  • Huisvesting: Het paardengebit is gebouwd om het lange taaie stengelige gras, waar ze vroeger in de steppe van moesten leven, te vermalen. Ze besteedden daar in die tijd ongeveer 16 uur per dag aan door met hun kiezen met een royaal roterende maalbeweging het stugge gras te vermalen. Hierdoor werden ook de randen van de kiezen in het slijtageproces beter meegenomen. Tegenwoordig voert men de paarden ruwvoer in de vorm van fijn hooi of voordroog en krachtvoer. Dit brengt een minder royale maalbeweging met zich mee, waardoor de kiezen meestal niet gelijkmatig afslijten. De emaillepunten aan de randen van de kiezen hebben de kans om door te groeien en ontwikkelen zich tot scherpe haken. Deze haken veroorzaken dan o.a. slijmvliesbeschadigingen in de wangen.

Welke klachten laat je paard uiteindelijk zien?
De voornaamste klachten zijn gerelateerd aan de voeding, het rijden, neusuitvloeiing en zwelling.

  • Voeding:
    • Vermageren: door slechte opname en vertering van het voer.
    • Proppen maken: na een poging om het ruwvoer te vermalen valt het als een prop uit de mond, omdat de malende beweging pijnlijk is.
    • Koliek (verstopping): door slechte vertering van de lange vezels in de mond.
    • Diarree
    • Speekselen
  • Rijden:
    • Aanleuning; onrustige aanleuning, gevoelig in de mond.
    • Kantelen van het hoofd: hoofd schuin houden ten gevolge van pijn in de mond.
    • Sterk in de mond: sterk of het bit vast nemen tijdens het rijden.
  • Neusuitvloei: vaak eenzijdige stinkende neusuitvloeiing bij bv. een kiesontsteking.
  • Zwelling: door tegendruk van bijvoorbeeld een dop (melkkies) kan er zwelling ontstaan t.h.v. de wortelpunt van de kies. Dit wordt zichtbaar als een harde bult aan onder- of bovenkaak.

Anatomie van het paardengebit

wist u datjes…
Een veulen van 6 maanden heeft een melkgebit met 24/28 tanden. Een paard van 2-3 jaar heeft een permanent gebit met 36/44 tanden. De naamgeving van de tanden gebeurt per quadrant van 1 tot 11 en begint met een 1 tot 4 afhankelijk van het quadrant. Bijvoorbeeld 101 is de binnenste snijtand in de rechter bovenkaak. Per kaakhelft heeft een paard:

  • 3 snijtanden (01-03)
  • 1 ruinentand (evt.) (04)
  • 1 wolfskiesje (evt.) (05)
  • 3 premolaren (melkkiezen->kiezen) (06-08)
  • 3 molaren (blijvende kiezen) (09-11)

Bij het paard groeien de kiezen door tot een leeftijd van 6-7 jaar, hierna schuiven de tanden geleidelijk vanuit de kaak richting de mondholte en trekt het tandvlees zich geleidelijk terug. In de mondholte “groeien” de tanden dus als het ware het hele leven door. Dit verklaart onder andere waarom het gebit regelmatig behandeld moet worden.

Lees meer

Tekening-schedelEen paardentand is opgebouwd uit 3 harde substanties: Dentine, glazuur en cement. De paardentand heeft een cementlaag rond een dun glazuurlaagje t.h.v. de kroon waardoor ze nooit zo mooi helder wit zijn zoals bij de mens, maar eerder geelbruin.

Als het slijtagevlak van de snijtand de tandholte nadert, vormt deze secundaire dentine. Hierdoor blijft de tandholte gesloten van de buitenwereld. De nieuwe dentine is te zien als tandster op het kauwvlak. Deze tandster wordt o.a. gebruikt voor de leeftijdsschatting van het paard.

De haaktanden bereiken alleen bij hengsten (en ruinen) een behoorlijke grootte. Deze ruinentanden komen bij slechts 3% van de merries voor en zijn dan zeer klein.

De melkkiezen hebben een korte wortel, die wordt afgebroken door de definitieve kiezen tijdens het wisselen. De afgesleten melkkiezen blijven als ‘doppen’ aanwezig tot de definitieve kies uitbreekt. Als deze dop te lang blijft zitten, kunnen klachten tijdens het eten ontstaan of zwelling aan de boven- of onderkaak. Het is dan beter om de dop te laten verwijderen. Dit is een eenvoudige ingreep.

De definitieve kiezen zijn wel 6 tot 10 cm lang!

Voor de eerste kies bevindt zich in de bovenkaak vaak een klein wolfskiesje. In de onderkaak komt deze zelden voor. Een wolfskiesje wordt bij voorkeur verwijderd om problemen tijdens het rijden te voorkomen.

Lees meer: Leeftijdsschatting van het paard

Leeftijdsschatting van het paard

Snijtand-met-leeftijdenDoorbreken van de tanden

  • Melkkiezen (06-07-08) zijn reeds aanwezig bij de geboorte
  • Snijtanden:
    • 01 in de eerste levensweek
    • 02 rond de 6e week
    • 03 na 6 maanden
  • De haaktand breekt bij de mannelijke dieren door op een leeftijd van 4 jaar

Wisselen van de snijtanden

  • 01 op 2,5 – 3 jaar (binnensnijtand)
  • 02 op 3,5 – 4 jaar (middensnijtand)
  • 03 op 4,5 – 5 jaar (hoeksnijtand)

Tandster; komt in het begin streepvormig in beeld aan de lipzijde van de snijtand

  • 01 vanaf 5 jaar
  • 02 vanaf 6 jaar
  • 03 vanaf 7 jaar
    Vanaf 13-16 jaar wordt de tandster ovaal tot rond
    Vanaf 18-20 jaar ligt de tandster in het midden van het kauwvlak

Vulling van de glazuurbeker (kuilholte) in de snijtanden:

  • 01 op 7 jaar
  • 02 op 9 jaar
  • 03 vanaf 11-13 jaar
    Vanaf 15 jaar is niks meer van de glazuurbeker te zien

Vorm van de snijtanden:

  • Dwars-ovaal bij jonge dieren
  • Trapeziumvormig vanaf 8 jaar
  • Rond á driehoekig vanaf 16-17 jaar
  • Lang-ovaal vanaf 20 jaar

De richting van de snijtanden:

  • Bij jonge paarden staan de boven- en ondersnijtanden in elkaars verlengde
  • Bij stijgende leeftijd wordt de hoek tussen de snijtanden van de boven- en onderkaak steeds kleiner
  • De ronde tandboog bij jonge paarden wordt steeds rechter bij oudere paarden

Afwijkingen aan het paardengebit

Scherpe haken
Scherpe haken zijn de emaille(glazuur)punten, die op de randen van de kiezen uitsteken. We zien ze aan de bovenkiezen aan de wangzijde en aan de onderkiezen aan de tongzijde. Doordat de onderkaak 25% smaller is dan de bovenkaak slijten deze randen in verhouding minder af tijdens de roterende kauwbeweging dan de rest van het kauwvlak.

Het trapgebit
Een trapgebit ontstaat door het ontbreken van één of meerdere tanden, zodat de tegenoverliggende tand geen slijtage ondergaat. Hierdoor steekt deze tand boven het normale kauwvlak uit. Bij het ontbreken van één of meerdere tanden wordt geadviseerd het gebit 1 tot 2 keer per jaar te vijlen.

De rij bovenkiezen staat anatomisch iets verder naar voren dan de onderkiezen. Hierdoor groeit de voorzijde van de eerste kies van de bovenkaak en de achterzijde van de laatste kies van de onderkaak verder door dan de rest van het kauwvlak. Hierdoor kunnen “skischans”-achtige haken ontstaan op de eerste bovenkies en de laatste onderkies.

Lees meer

Het golfgebit
Bij een golfgebit verloopt het niveau van het kauwvlak als een golfpatroon en dus minder abrupt als bij een trapgebit. Het ontstaat door verschil in leeftijd van het doorkomen van de premolaren (eerste 3 kiezen). De behandeling is subtieler dan bij het trapgebit.

Melkkiezen of doppen
2.2.3 c Vlijmscherpe haak eerste kies linker bovenkaakDe eerste 3 kiezen wisselen opeenvolgend op 2,5 jaar (06), 3 jaar (07) en 4 jaar (08). (Voor de nummering van de tandformule zie “Anatomie van het paardengebit”.) Het restant van de melkkies bevindt zich rond deze leeftijd als een soort dop op de definitieve kies en verdwijnt normaal gesproken als de definitieve kies ver genoeg doorgebroken is. Een dop heeft scherpe punten en kan problemen veroorzaken als ze te lang blijft zitten. Het paard krijgt hierdoor vaak klachten met kauwen. Het is verstandig om de dop te laten verwijderen. De laatste 3 kiezen komen direct als definitieve kies door als het paard 1 (09), 2 (10) en 3,5 (11) jaar is.

Neusuitvloei door een ontstoken kies
De wortels van de 3e t/m de 6e bovenkies raken de bodem van de sinus (voorhoofdsholte). Als één van deze kieswortels ontstoken is (meestal de 3e of 4e kies) kan de sinus ontstoken raken. Aangezien deze sinus een open verbinding met de neusholte heeft, is een snotneus vaak één van de eerste klachten die opgemerkt wordt. Het typerende is dat de paarden maar aan één neusgat een stinkende snotneus hebben. Vaak moet een ontstoken kies verwijderd worden. Afhankelijk van de kies en de aantasting kan dat d.m.v. een staande extractie (verwijderen) via de mond of de wang gebeuren. Als dat niet mogelijk is kan de kies gestempeld worden via de sinus. Hierbij wordt de voorhoofdsholte onder algehele narcose geopend om de kies met een hamer naar de mondholte te tikken en te verwijderen.

Wolfskiesje
Het wolfskiesje (05) is een klein rudimentair kiesje met een kleine wortel die voor de eerste grote kies staat. Het wolfskiesje komt niet bij alle paarden voor en wordt bij voorkeur verwijderd om problemen tijdens het rijden te voorkomen. Over het algemeen is dit een kleine ingreep bij het staande paard met behulp van sedatie en lokale verdoving.

Diastema
Een diastema is een kleine ruimte tussen de kiezen of snijtanden. Bij de kiezen kan dit een groot probleem veroorzaken, omdat voedsel tussen de kiezen gepropt wordt. Soms zijn de klachten duidelijk en maken de paarden proppen, speekselen meer, of hebben een slechte adem. Soms zijn de klachten echter slechts een subtiel gewichtsverlies in de winter en komen deze paarden weer op gewicht in de zomer. Om te voorkomen dat de voedselresten in deze tussenruimte gepropt worden, kan het zinvol zijn om het diastema juist verder open te boren. Hierdoor valt het voer er gemakkelijk weer uit. Als het diastema pas in een later stadium opgemerkt wordt, kan dit al een parodontitis veroorzaakt hebben en moet de aangetaste kies soms verwijderd worden.

Parodontitis en gingivitis
Het parodont is het geheel van structuren dat zorgt voor de verbinding van de tand met de tandkas. Parodontitis begint met een ontsteking van het tandvlees (=gingivitis), waarna dit zich vaak terug trekt. Er ontstaan “pockets” tussen de tand en het tandvlees, waardoor de ontsteking zich in de diepte kan uitbreiden. Het is een zeer pijnlijke aandoening met als gevolg dat paarden slecht gaan kauwen. We zien deze paarden vaak aankomen als ze in de wei lopen en zacht gras kunnen eten en weer wat afvallen in de winter. Uiteindelijk kan het een etterende fistel of ontsteking van de sinus veroorzaken en kan een tandextractie noodzakelijk worden.

Zwelling aan de onder- of bovenkaak
Tijdens het wisselen van de melkkiezen kan een uitwendig zichtbare verdikking aan de kaak te zien zijn op de plaats waar de wortel van de blijvende kies zich bevindt.

Overbeet
De ondertanden staan achter de boventanden waardoor het grazen van kort gras moeilijk gaat. Bij matige afwijkingen volstaat het om de tanden regelmatig te vijlen. Bij forse afwijkingen is het verstandig om op jonge leeftijd de groei van de bovenkaak tijdelijk te vertragen. Dit kan door de bovenste snijtanden met een staaldraad te bevestigen aan de eerste kies.

Onderbeet
De snijtanden van de ondertanden staan voor de snijtanden van de bovenkaak. Deze afwijking komt vooral voor bij pony’s en miniatuur paarden.

Cariës
Bij paarden komen cariës (gaatjes) zelden voor. Het komt enkel voor in de bovenkiezen t.h.v. de met cement gevulde glazuurbekers (infundibula) en in het cement aan de buitenzijde van de kies. Bij uitbreiding van het proces wordt eerst het glazuur, later het dentine en uiteindelijk eventueel ook de pulpaholte aangetast. Hierdoor kan een tandwortelabces en eventuele doorbraak naar de sinus ontstaan. Het kan soms zelf lijden tot een tandfractuur.

Tandfracturen
Dwarse kleine fracturen van de kroon veroorzaken soms weinig problemen en kunnen vaak eenvoudig verwijderd worden. Longitudinale fracturen kunnen aanleiding geven tot een ontsteking van de tandholte (pulpitis) en parodontitis. Hierbij is bijna altijd een (volledige) extractie nodig van de tand.

EOTRH= Equine Odontoclastic Tooth Resorption and Hypercementosis
EOTRH is een aandoening van de snijtanden waardoor de wortels zeer dik zijn door een extra aanmaak van cement. Het tandvlees rond de wortels krijgt een gezwollen en rood aspect. Op andere plaatsen van de tand kan juist een tekort aan cement zijn, waardoor de kroon bijvoorbeeld makkelijk kan breken. Het is een zeer pijnlijke aandoening. Dit kan naast de problemen met voedselopname (ook gras) zelfs leiden tot headshaking (hoofdschudden). Ook het openen van de mondsperder bij een gebitscontrole is zeer pijnlijk. De aandoening kan men tijdelijk behandelen met pijnstillers en antibiotica, maar uiteindelijk moeten de snijtanden verwijderd worden.

Impressie tandheelkunde

Gespecialiseerd in de controle en behandeling van het paardengebit

Onze andere diensten

Paardenpraktijk VLS richt zich op de voortplanting en tandheelkunde van uw paard.
Daarnaast organiseren we cursussen en workshops voor paardeneigenaren.

VOORTPLANTING

Read More
TANDHEELKUNDE

Read More
CURSUSSEN

Read More
Wilt u meer informatie? Bel gerust 06-13822542 of mail uw vraag